Het ontstaan van de Verbroedering van het Vrijwilligerskorps voor Korea

De geschiedenis en het reilen en zeilen van het Koninklijke Verbroedering van het Vrijwilligerskorps voor Korea vanaf hun ontstaan tot heden, over een tijdspanne van bijna  70 jaar zou de inhoud kunnen zijn van een lijvig boek. Het is dan ook evident dat ik mij zal moeten beperken tot het strikt essentiële.

Aan het ontstaan van het BUNC bataljon gaat een brok geschiedenis vooraf, het is mijns inziens noodzakelijk U dit  duidelijk te maken om te begrijpen om  welke de reden  de VN  een oproep lanceerde voor hulp van de vrije wereld. Korea diende gevrijwaard van een verdere overheersing, de vrijheid van het Koreaanse volk diende verzekerd te worden.

 

Zeer beknopte voorgeschiedenis

Japan liet in het verleden al altijd zijn oog vallen op het Koreaans schiereiland als defensieve ring rond hun keizerrijk. Op bevel van de Japanse minister Miura Goro werd de Koreaanse keizerin Myung Sung vermoord, zodoende ontstond er verwarring en was er minder tegenstand om hun strategie van verovering door te drijven.

In 1894, tot 1895 ontstond een oorlog tussen de Chinezen en de Japanners, waarbij het twistpunt de controle over Korea was. Japan won en China deed afstand van alle rechten op Korea. Met de Russisch – Japanse Oorlog van 1904 tot 1905 die weer door Japan gewonnen werd, kon alle Russische invloed uit Korea verdreven worden. Later volgde het akkoord tussen de V.S. en Japan, waarbij aan Japan vrij spel in Korea werd gegeven.

In 1910 annexeerde Japan het schier eiland Korea, de volledige heerschappij werd een feit.

Tijdens WOII* werden Koreaanse mannen opgeroepen het Keizerlijk Japanse leger te vervoegen of te werken in de Japanse militaire industrie. Tal van andere verordeningen werden het Koreaans volk opgelegd, natuurlijk, steeds in het voordeel van Japan .

Op 5 augustus 1945 gaf Japan zich over aan de geallieerden, waarmee in Korea een bezettingsperiode van 35 jaar ten einde kwam. In september van hetzelfde jaar arriveerden er Amerikaanse troepen. Tijdens een vergadering in de VS werd er besloten om Korea in twee te delen naargelang de machtssfeer. Zuid-Korea, kwam onder de VS te staan, terwijl Noord-Korea onder het communistische Rusland viel.

Op 25 juni 1950 viel Noord-Korea de Zuiderbuur aan, waarmee een nieuwe, drie jaar durende oorlog ontstond: “Het Korea conflict Oorlog”.

Daarop besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tot militaire steun aan Zuid-Korea. Uiteindelijk bestond die militaire steun uit een troepenmacht waaraan naast troepen van de Verenigde Staten nog vijftien landen deelnamen: AustraliëBelgiëCanadaColombiaFilippijnenEthiopiëFrankrijkGriekenlandVerenigd KoninkrijkLuxemburgNederlandNieuw-ZeelandThailandTurkije en Zuid-Afrika en vijf medische detachementen.

Op 18 december 1950 vertrok het eerste contigent van 700 Belgische vrijwilligers van uit Antwerpen op de “Kamina” naar Korea. In het totaal zouden er 3.172 Belgische militairen naar Korea gezonden worden.

Voor het BUNC bataljon waren de verliezen zeer zwaar, er sneuvelden 106 jonge Belgische, 2 Luxemburgse en 9 Koreaanse militairen die in het BUNC dienden. Bij deze droeve tol horen ook 10 vermisten en meer dan 350 ernstig gekwetsten. De Korea oorlog eindigde op 27 juli 1953 met het ondertekenen van een wapenstilstand die tot heden aanhoudt. De laatste Belgische vrijwilligers kwamen terug in 1955.

Het ontstaan van de Verbroedering van het Vrijwilligerskorps voor Korea

Na de terugkeer van de anciens van het eerste contigent ”Korea – vrijwilligers” werd het algauw duidelijk dat er nood was om de hereniging van “de anciens” te bewerkstellingen om, alzo de spirit die ze destijds in Korea tot hun eigen hadden gemaakt, verder te bewaren. De leuze “Een voor allen en allen voor één” wilden zij kost wat kost in stand houden.

In 1952, nam de voormalige betaalmeester van het Bataljon, Commandant Louis Nicodeme het initiatief en maakte de aanvang van wat later zou uitgroeien tot de “Koninklijke Verbroedering van het Vrijwilligerskorps voor Korea”. Inmiddels had links of rechts iemand, kundig of onkundig,  het voortouw genomen en trachtte strikt plaatselijk iets te organiseren met de “anciens”, als was het maar om een pint te drinken of vervlogen verhalen op te rafelen. Zij kwamen en ze gingen. Van een echt, hechte samenwerking was geen sprake.

De start was dan ook alles behalve bemoedigend. Zo konden de organisatoren, die zich in Brussel gegroepeerd hadden, niet beschikken over een juist adressenbestand. Betrouwbare bestanden van de oud-strijders, die in Korea gediend hadden en nu verspreid waren over heel België en in de BSD, waren er niet. Gezwegen van de lokale adresveranderingen die dagelijks doorgevoerd werden.

De drang naar de beloften die destijds gegeven waren betreffende de voordelen die later aan ons zouden verstrekt worden, werd op verschillende wijze beoordeeld, afhankelijk van de ouderdom. De ouderen wilde deze voordelen toegekend krijgen alhoewel er nog geen eisen konden gesteld worden. De jongeren die daar nog niet zoveel aandacht aan besteedden ging het meer om eens bijeen te komen en tussen pot en pint de wedervaren te vertellen. Daarenboven moesten er voor elke provincie naar welwillende en geëigende anciens gezocht worden om een bestuur op te richten. Wetende dat vele onder hen zich enkel persoonlijke motieven tot doel gesteld hadden en enkel deze als hun prioriteiten wilden behandeld zien, ligt het natuurlijk voor de hand dat er daardoor weinig of geen interesse was van de jongere garde om toe te treden. “Last but not least” het opmaken en goedkeuren van de degelijke statuten vergde de nodige kennis en veel tijd.

Toen de laatste Belgische militairen van het bataljon in september 1955 naar huis terugkwamen, stelden er zich meer en meer kandidaten ter beschikking voor een  lidmaatschap van de verbroedering. Men begon met het organiseren en het  installeren van enkele afdelingen rond de grotere agglomeraties.

Er werden opzoekingen in de archieven van het leger gedaan naar adressen van de Korea oud-strijders, gemeentebesturen werden aangeschreven. Er werden vrijwilligers gevraagd om als huisbezoekers uitgezonden te worden en verloren contacten terug op te nemen en om inlichtingen in te winnen om verdere opsporingen mogelijk te maken. Een nationale adreslijst kreeg stilaan gestalte en ieder lid kreeg zijn nationaal nummer toegewezen (dat tot heden nog steeds geldig is).

Daarna ontvingen de afdelingen een verenigingsvaandel waarbij ook ’n Korea-vaandel  geschonken werd door de Koreaanse ambassadeur. Er werd gestreefd naar goede relaties, één ervan was de Minister van Landsverdediging, die ons de eer bewees  “Beschermheer” van de verbroedering te worden. Stilaan werden de afdelingen uitgebreid naar alle provincies, er werden algemene vergaderingen georganiseerd en de bestuursleden werden democratisch verkozen. Met de tijd kwam er stabiliteit in de structuur van onze verbroedering. De eerste reglementen van inwendige orden werden opgesteld en er werden symposia voor bestuursleden samengeroepen om de kwaliteit en de samenwerking te bevorderen.

Door de inzet van senator Militis, ‘n Korea-strijder van het eerste uur, ontvingen wij het statuut van Nationale Erkentelijkheid, het uitgangspunt en de eerste vereiste om aanhoort te worden als een daadwerkelijke oud-strijders vereniging. Nu kon er gedacht en begonnen worden aan het samenstellen van een eisenbundel. In samenspraak met de toenmalige burgemeester van St-Pieters-Woluwe werd begonnen met het oprichten van het nationaal monument,  dat met het nodige eerbetoon ingehuldigd werd door Koning Boudewijn I.

Na 50 jaar bestaan werd onze verbroedering vereerd met de titel “Koninklijk”, en ze voert sindsdien de benaming van: “Koninklijke Verbroedering van het Vrijwilligerskorps voor Korea”.

Later werden er, op uitnodiging van de Korean Veterean Association, reizen georganiseerd en konden de leden met hun echtgenote voor enkele dagen als eregasten Korea gaan bezoeken. Heden ten dage worden studenten van oud-strijders ook uitgenodigd om kennis te maken met de Koreaanse cultuur en de economie van het land “van de stille morgen” dat inmiddels uitgroeide tot  een van de leidende economische naties.

Het KVVKK / FRCVC  heeft haar permanentie te HASSELT, op het Militair Provinciecommando Limburg, Guffenslaan 26, of rechtstreeks tot iemand van het nationaal bureau.  Iedereen kan daar terecht voor informatie  over onze vereniging.

De structuur van de verbroedering omvat, het nationaal bureau, bestaande uit : de nationale voorzitter, twee vicevoorzitters, de secretaris en penningmeester. Deze worden bijgestaan door leden van het nationaal comité, bestaande uit vijf personen verkozen en bekrachtigd door de algemene statutaire vergadering na hun verkiezing in de provinciale afdeling. Het nationaal comité wordt bijgestaan door de negen provinciale voorzitters die tevens als consulanten fungeren.

Elke provinciale sectie heeft een bestuur onder toezicht van het nationaal comité, bestaande uit de voorzitter, de secretaris, de penningmeester en enkele bestuursleden. Zij zijn allen vrijwilligers. Er wordt natuurlijk geen bezoldiging gegeven.

Ieder jaar organiseert elke provincie haar reünie, de anciens noemen het “De provinciale Fasten”, daarnaast worden eens per jaar alle oudgedienden uitgenodigd door de bevelhebber van het 3de Bataljon Parachutisten in het kwartier “Kapitein P. Gailly” te Tielen, voor de herdenkingsplechtigheid, met hun Peters, “Memory Day”, voor onze gesneuvelden wapenmakkers en die van het bataljon 3dePara. Deze hebben de traditie overgenomen van het BUNC bataljon, zij bewaren het vaandel en dragen het mutskenteken. De Belgische Kroonprins Filip heeft er zijn dienstplicht volbracht en er zijn “Para-wings” ontvangen. Hij draagt met fierheid de wijnrode muts en het Korea kenteken.

November, de maand waarin volgens traditie onze doden worden herdacht, komen de Korea oud-strijders hun doden herdenken aan het nationaal monument te St.-Pieters-Woluwe, waarbij de ambassadeur van de Republiek Korea, de militaire attaché en verscheidene leden van de Koreaanse Ambassade bloemen neerleggen.

Vooraleer de stichting van de verbroedering overwogen  werd, hadden de provincies lokale initiatieven ter zake genomen, maar echte besturen en samenkomsten zoals wij die heden kennen waren er eigenlijk niet.

Ter gelegenheid van een ontvangst in het Grand Hyatt hotel te Seoul, tijdens een interview van de Koreaanse TV zender, werd ons de  vraag gesteld : “Was het waard dat zoveel van uw landgenoten sneuvelden voor Korea?” Ons antwoord kwam prompt : “Elke soldaat die sneuvelt is er één te veel”. Maar om uw vraag te beantwoorden; kijk om U heen en oordeel zelf. Kijk hoe zelfzeker en bedrijvig de mensen hier zijn, er straalt vertrouwen van hen uit. Kijk naar de vrolijke kinderen op straat, in hun kleurrijke schooluniformpjes, met hun wuivende vlagjes. zie hoe gelukkig ze zijn. Zie naar hun hoge levensstandaard, hun voorbeeldige moderne infrastructuur.

“Ja, het was het waard dat jonge soldaten hun leven gaven omdat de mensen in de Republiek Korea eindelijk in vrijheid, welvaart en voorspoed zouden kunnen leven”.

Gedenk de woorden van Kardinaal Mercier;  die kort na het beëindigen van de 1ste wereldoorlog tot het volk sprak; “ De soldaat…. die zijn leven geeft….. om de rechten van het volk te beschermen, volbrengt een superieure daad van naastenliefde”.

En zo gaan wij binnen enkele maanden de 70ste verjaardag van de wapenstilstand van de Korea oorlog herdenken. Wapenstilstand. De echte vrede om terug een natie te worden, de hereniging van de vele families blijft tot heden voor de inwoners op het Koreaanse schiereiland een utopie. Spijtig, waar blijft het menselijk begrip onder de Noord Koreaanse agressors!!!!

 

VN – Verenigde Naties
VS –  Verenigde Staten
BUNC – Belgian United Nation Command
KVVKK – Koninklijke Verbroedering van het Vrijwilligerskorps voor Korea.
BSD – Belgische Strijdkrachten in Duitsland
WOII – Wereld Oorlog 2.

 

 

                        

                               L’origine de la Fraternelle du Corps des Volontaires pour la Corée

L’histoire des tenants et aboutissants de la Fraternelle Royale du Corps des Volontaires pour la Corée depuis sa création jusqu’à nos jours, s’étendant sur près de 70 ans pourraient faire l’objet d’un gros livre. Il est donc évident que je devrai me limiter au strict essentiel.

Un pan d’histoire précède la création du bataillon BUNC, je pense qu’il est nécessaire de vous le préciser afin de comprendre pourquoi l’ONU a lancé un appel à l’aide au monde libre. La Corée devait être protégée d’une nouvelle domination, la liberté du peuple coréen devait être garantie.

 

Très bref historique

Dans le passé, le Japon a toujours eu un œil sur la péninsule coréenne en tant qu’anneau défensif autour de son empire. Sur ordre du ministre japonais Miura Goro, l’impératrice coréenne Myung Sung a été assassinée, créant ainsi la confusion et réduisant l’opposition pour faire avancer leur stratégie de conquête.

Entre 1894 et 1895, une guerre éclate entre les Chinois et les Japonais, avec pour point de discorde le contrôle de la Corée. Le Japon a gagné et la Chine a renoncé à tous ses droits sur la Corée. Avec la guerre russo-japonaise de 1904 à 1905, qui fut à nouveau remportée par le Japon, toute l’influence russe put être écartée de la Corée. Plus tard, l’accord entre les États-Unis et le Japon donne carte blanche au Japon en Corée.

En 1910, le Japon a annexé la péninsule de Corée, la domination est devenue un fait.

Pendant la Seconde Guerre mondiale, les hommes coréens ont été appelés à rejoindre l’armée impériale japonaise ou à travailler dans l’industrie militaire japonaise. De nombreuses autres ordonnances ont été imposées au peuple coréen, bien sûr, toujours en faveur du Japon.

Le 5 août 1945, le Japon se rendit aux Alliés, mettant fin à une période d’occupation de 35 ans en Corée. En septembre de la même année, les troupes américaines arrivent. Lors d’une réunion aux États-Unis, il a été décidé de diviser la Corée en deux selon la sphère du pouvoir. La Corée du Sud est passée sous la tutelle des États-Unis, tandis que la Corée du Nord est passée à la Russie communiste.

Le 25 juin 1950, la Corée du Nord attaque son voisin du Sud, déclenchant une nouvelle guerre de trois ans appelée « la guerre du conflit coréen ».

Le Conseil de sécurité des Nations unies a alors décidé d’apporter un soutien militaire à la Corée du Sud. En fin de compte, ce soutien militaire consistait en une force à laquelle, en plus des troupes des États-Unis, quinze autres pays ont pris part : Australie, Belgique, Canada, Colombie, Philippines, Éthiopie, France, Grèce, Royaume-Uni, Luxembourg, Pays-Bas, Nouvelle-Zélande, Thaïlande, Turquie et Afrique du Sud et cinq détachements médicaux.

Le 18 décembre 1950, le premier contingent de 700 volontaires belges quitte Anvers pour la Corée sur le « Kamina ». Au total, 3 172 soldats belges seront envoyés en Corée.

Les pertes pour le bataillon BUNC sont très lourdes, 106 jeunes soldats belges, 2 luxembourgeois et 9 coréens qui ont servi dans le BUNC sont tués. Ce triste bilan compte également 10 disparus et plus de 350 blessés graves. La guerre de Corée a pris fin le 27 juillet 1953 avec la signature d’un armistice qui se poursuit à ce jour. Les derniers volontaires belges sont revenus en 1955.

L’origine de la Fraternelle du Corps des Volontaires pour la Corée

Après le retour des anciens du premier contingent ” Volontaires de Corée, il est vite devenu clair qu’il était nécessaire de provoquer la réunion des “anciens” afin de perpétuer et préserver l’esprit qu’ils avaient acquis en Corée à l’époque. Ils voulaient maintenir à tout prix le slogan « Un pour tous et tous pour un ».

En 1952, l’ancien payeur du bataillon, le commandant Louis Nicodeme, prend l’initiative et lance ce qui deviendra plus tard la « fraternelle royale du corps des volontaires pour la Corée ». Entre-temps, quelques personnes, à droite ou à gauche, avertis ou non, avait pris les devants et tenté d’organiser quelque chose de strictement local avec des « anciens », ne serait-ce que pour boire une pinte ou discuter des histoires passées. Ils sont venus et ils sont partis. Il n’y a pas eu de véritable collaboration étroite.

Le début était tout sauf encourageant. Par exemple, les organisateurs, qui s’étaient réunis à Bruxelles, n’avaient pas accès à un fichier d’adresses correct. Il n’y avait pas de fichiers fiables des ex-combattants qui avaient servi en Corée et qui étaient maintenant dispersés dans toute la Belgique et dans le FBA. Les changements d’adresse se passaient journellement.

Les promesses faites à ce moment-là concernant les avantages qui nous seront donnés plus tard a été jugée de différentes manières, selon l’âge. Les personnes âgées voulaient bénéficier de ces prestations, bien qu’aucune demande n’ait encore été formulée. Pour les plus jeunes qui n’y prêtaient pas beaucoup d’attention, il s’agissait plutôt de se rassembler et de raconter l’histoire entre « pot et pinte ». De plus, pour chaque province, il a fallu sélectionner des anciens bienveillants afin de mettre en place une direction. Sachant que beaucoup d’entre eux n’avaient que comme objectif des motifs personnels et voulaient que ceux-ci soient traités comme prioritaires. Il est évident qu’à cause de cela, il y avait peu ou pas d’intérêt de la part de la jeune garde à nous rejoindre. Enfin, rédiger et approuver des statuts solides a demandé les connaissances pointues et beaucoup de temps.

Lorsque les derniers soldats belges du bataillon rentrèrent chez eux en septembre 1955, de plus en plus de candidats ont sollicité leur adhésion à la fraternelle. Ils ont commencé par organiser quelques sections autour des plus grandes agglomérations.
Des recherches ont été faites dans les archives de l’armée afin de retrouver les adresses des anciens combattants coréens, les autorités municipales ont été sollicitées. Des volontaires ont été invités à rendre visite aux domiciles, à rétablir les contacts perdus et à faire des enquêtes localiser d’autres anciens. Une liste d’adresses nationale a progressivement pris forme et chaque membre s’est vu attribuer son numéro national (toujours valable à ce jour).

Par la suite, les départements ont reçu une bannière d’association, ainsi qu’une bannière coréenne, offerte par l’ambassadeur de Corée. De bonnes relations ont été établies, dont l’une était le ministre de la Défense nationale, qui nous a fait l’honneur d’être le « Protecteur » de la fédération. Peu à peu, les départements se sont étendus à toutes les provinces, des assemblées générales ont été organisées, les membres du conseil élus démocratiquement. Avec le temps, la stabilité est venue dans la structure de notre fraternité. Les premières règles d’ordre intérieur ont été élaborées et des colloques pour les membres du conseil d’administration ont été convoqués pour promouvoir la qualité et la coopération.

Grâce aux efforts du sénateur Militis, un combattant coréen de la première heure, nous avons reçu le statut de reconnaissance nationale, le point de départ et la condition préalable pour être entendu comme une véritable association d’anciens combattants. Il était maintenant temps de réfléchir et de commencer à compiler un ensemble d’exigences. En concertation avec le maire de Woluwe-Saint-Pierre de l’époque, l’idée d’ériger un monument national est lancée, Celui-ci est inauguré avec l’hommage par le Roi Baudouin I.

Après 50 ans d’existence, notre fraternité a été honorée du titre “Royal”, et s’appelle depuis : “Fraternelle Royale du Corps des Volontaires pour la Corée”.
Plus tard, à l’invitation de l’Association coréenne des vétérans, des voyages ont été organisés, les membres et leurs épouses ont pu visiter la Corée en tant qu’invités d’honneur pendant quelques jours.

Aujourd’hui, les enfants des anciens combattants sont également invités à se familiariser avec la culture coréenne et l’économie du pays “du matin calme” qui depuis est devenu l’une des principales nations économiques.

Le KVVKK / FRCVC a sa permanence à HASSELT, au Commandement provincial militaire du Limbourg, Guffenslaan 26, ou directement chez quelqu’un du bureau national. Tout le monde peut s’y rendre pour s’informer sur notre association.

La structure de la fraternelle comprend le Bureau National, composé des : le Président National, deux Vice-Présidents, le Secrétaire et le Trésorier. Ceux-ci sont assistés par des membres du Comité National, composé de cinq personnes, élus et ratifiés par l’Assemblée Générale Statutaire après leur élection à la division provinciale. Le comité national est assisté par les neuf présidents provinciaux qui font également office de consultants.

Chaque section provinciale a un bureau sous la supervision du comité national, composé du président, du secrétaire, du trésorier et de plusieurs membres du bureau. Ils sont tous bénévoles. Bien sûr, aucune rémunération n’est versée.

Chaque année, chaque province organise sa réunion, les anciens l’appellent “Les Fastes provincial”. De plus, une fois par an tous les vétérans sont invités par le commandant du 3ème Bataillon de Parachutistes au quartier “Capitaine P. Gailly” à Tielen, pour la cérémonie commémorative « Memory Day » avec leurs « Parrains, les soldats actuels du 3 Para ».
Le 3e bataillon de parachutistes a repris les traditions du bataillon BUNC, ils gardent l‘étendard et portent l’insigne du béret. Le Prince Héritier Belge Filip y a effectué son service militaire et y a reçu ses « ailes-para ». Il porte fièrement le béret rouge lie de vin et l’insigne coréen.

Novembre, mois où l’on commémore traditionnellement nos morts, les vétérans coréens viennent commémorer les leurs au monument national de Woluwe-Saint-Pierre. L’ambassadeur de la République de Corée, l’attaché militaire et plusieurs membres du corps Coréen y déposent fleurs et couronnes.

Avant que la fondation de la fraternelle ne soit envisagée, les provinces avaient pris des initiatives locales, mais il n’y avait pas de véritables conseils et réunions tels que nous les connaissons aujourd’hui.

A l’occasion d’une réception à l’hôtel Grand Hyatt de Séoul, lors d’une interview de la chaîne de télévision coréenne, on nous a posé la question : « Cela valait-il la peine que tant de vos compatriotes soient morts pour la Corée ? Notre réponse est venue rapidement : “Chaque soldat qui meurt est un de trop”. Mais pour répondre à votre question; regardez autour de vous et jugez par vous-même. Regardez à quel point les gens sont confiants et industrieux ici, ils rayonnent de confiance. Regardez les enfants joyeux dans la rue, dans leurs uniformes scolaires colorés, avec leurs drapeaux agités, voyez comme ils sont heureux. Regardez leur niveau de vie élevé, leur infrastructure moderne exemplaire.

“Oui, cela valait la peine que de jeunes soldats donnent leur vie parce que le peuple de la République de Corée pouvait enfin vivre dans la liberté et la prospérité.”

Souvenez-vous des paroles du Cardinal Mercier ; qui a parlé au peuple peu après la fin de la Première Guerre mondiale; “Le soldat…. qui donne sa vie… pour protéger les droits du peuple, accomplit un acte supérieur de charité”.

Ainsi, dans quelques mois, nous commémorerons le 70e anniversaire du cessez-le-feu de la guerre de Corée. Armistice. La vraie paix pour redevenir une nation, la réunification des nombreuses familles reste une utopie pour les habitants de la péninsule coréenne jusqu’à aujourd’hui.
Dommage, où en est l’entente humaine envers les agresseurs Nord-Coréens !!!!

ONU – Nations Unies
EU – États-Unis
BUNC – Commandement belge des Nations Unies
FRCVC – Fraternelle Royale du Corps des Volontaires pour la Corée.
FBA – Forces armées belges en Allemagne
WWII – Seconde Guerre mondiale.