De Vergeten Oorlog 1950-1953
De Koreaanse oorlog en de deelname van het Belgische vrijwilligerskorps
Voorwoord
In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, is de wereld verdeeld en worden de bondgenoten van gisteren plotseling vijanden. Er ontstaat een tweepolige wereld waarbij aan de ene zijde de Verenigde Staten en aan de andere zijde de Sovjet-Unie zich opstellen. Elk met zijn verschillende ideologische en economische systemen.
Elk beschikkend over een nucleair wapen in 1949 die ernstige schade kan veroorzaken op hun respectievelijke grondgebied, zorgt ervoor dat beide grootmachten terughoudend zijn voor een rechtstreekse confrontatie en ervoor opteren om hun bondgenoten in de oorlog te ondersteunen. De koude oorlog was begonnen en zou duren tot de herfst van 1989 met als belangrijk symbool de val van de Berlijnse muur.
De Koreaanse oorlog
Op 25 juni 1950 valt het Noord-Koreaanse leger met zes divisies, 135000 manschappen, Zuid-Korea binnen en steekt daarbij de 38ste breedtegraad over. Gebruikmakend van het verrassingseffect, een betere voorbereiding en het niet beantwoorden van een oproep van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties tot een onmiddellijk staakt het vuren, zorgt dit ervoor dat de binnenvallende troepen een groot deel van het Zuiden bezetten.
Noord-Korea had verwacht dat de Amerikanen het zuiden in de steek zouden laten. Gebruikmakend van de afwezigheid van de Sovjet-Unie, vraagt de veiligheidsraad van de Verenigde Naties op 27 juni aan de lidstaten om steun te leveren aan de republiek Korea om de aanvallers terug te drijven en om de vrede en de internationale veiligheid te herstellen (resolutie 83). Dezelfde dag vraagt de Veiligheidsraad om militaire en andere hulp te leveren ten voordele van een verenigd commando onder leiding van de Verenigde Staten (resolutie 84). Tevens voorkomt president Truman de invasie van het eiland Formosa door de Amerikaanse zevende vloot te laten postvatten tussen het eiland en de Chinese troepen.
Op 28 juni bezet het Noord-Koreaanse leger Seoul. Groot-Brittannië beslist om troepen te sturen ter ondersteuning van de reeds aanwezige Amerikanen. België gaat akkoord om de acties uitgevoerd door de Verenigde Naties te ondersteunen. In de Verenigde Staten geeft president Truman zijn akkoord voor een interventie met grondtroepen. Op zee wordt de maritieme blokkade stelselmatig opgebouwd.
Begin juli ontscheept de Amerikaanse 24ste infanteriedivisie in Korea. Op 3 juli hebben reeds 35 van de 59 lidstaten hun steun toegezegd. Op 22 juli wordt het Noord-Koreaanse offensief gestopt aan de Naktong rivier, de laatste natuurlijke hindernis die Pusan nog beschermt. Er ontstaat een frontlijn van 400 km rond de haven van Pusan die wordt verdedigd door vier Amerikaanse divisies.
Begin augustus eist de Sovjet-Unie de terugtrekking van alle buitenlandse troepen uit Korea. In Zuid-Korea wordt de algemene mobilisatie afgekondigd voor mannen en vrouwen. De Verenigde Staten dringen erop aan dat alle Westerse landen bijdragen aan de versterking van de troepen. België dat aan zijn derde regering toe is in minder dan een jaar tijd, beslist om positief te antwoorden op het verzoek. De regering vraagt aan het parlement om een wet te stemmen die het statuut van het vrijwilligerskorps moet regelen. Op 29 augustus wordt een oproep gelanceerd in de pers waarin wordt verduidelijkt dat men hoofdzakelijk op zoek is naar commando’s en parachutisten.
Incheon
Op het terrein zijn 50000 Amerikaanse militairen betrokken bij de gevechten om de Noord-Koreaanse troepen terug te dringen. Het Amerikaanse leger forceert een ommekeer door een landing bij Incheon waar ze de bevoorradingslijnen van het Noord-Koreaanse leger aanvallen. De communistische troepen die vechten rond Pusan krijgen het moeilijk. Hun bevoorradingslijnen zijn afgesneden en de tijd is tegen hen. Wanneer ze het nieuws vernemen over de landing bij Incheon, trekken ze zich terug naar het noorden.
Eind september ontmoeten de Amerikaanse troepen die vorderen vanuit het zuiden de troepen die geland zijn te Incheon, waarop Generaal Mac Arthur met de steun van president Truman beslist om de 38ste breedtegraad over te steken en Noord-Korea te veroveren.
Terwijl Europa, uit angst voor een globalisering van het conflict, de defensiebudgetten verhoogd en de legerdienst op 24 maanden brengt, mobiliseert China, die de terugtrekking eist van de UNO-troepen achter de 38ste breedtegraad, zijn leger. Deze steekt de Yalu, een rivier tussen Mantsjoerije en Noord-Korea over, medio oktober.
Op het eind van de maand wordt de Noord-Koreaanse hoofdstad, Pyongyang, bezet door de troepen van generaal Mac Arthur die optimistisch verkondigd dat de oorlog beëindigd zal zijn voor het einde van het jaar. Op 24 oktober beveelt hij zijn troepen om op te rukken naar de Yalu rivier.
Het is dan dat het Chinese leger in de aanval gaat, gesteund door Sovjetvliegtuigen van het type MIG-15. Vanwege de toestroom van Chinese troepen, dienen de UNO-troepen zich snel terug te trekken. De hoop op een snelle beëindiging van de oorlog stort in en op het einde van november lanceren de Chinezen een massale aanval en duwen ze de Amerikanen terug tot de 38ste breedtegraad. Op 9 december heeft het Chinese leger bijna het volledige Noord-Koreaanse grondgebied heroverd en de oorlog stabiliseert zich rond de 38ste breedtegraad.
De Chinese troepen zetten ondertussen hun opmars verder en heroveren Seoul en talrijke andere posities op 4 januari 1951. Enkel hun lange aanvoerlijnen en de regelmatige luchtaanvallen slagen erin om het Chinees offensief te vertragen.
Het BUNC (Belgian United Nations Command) bataljon
Op 18 december vertrekt het eerste contingent bestaande uit 700 man vanuit de haven van Antwerpen naar KOREA.Inmiddels dient de regering een wetsvoorstel in om het statuut van de vrijwilligers te regelen en beslist om het bataljon in te delen bij een Britse brigade.
Eind januari 1951 arriveert de Kamina in Pusan.
Op 9 maart lost het Belgische bataljon het 15de Amerikaanse infanterieregiment af en bezet defensie posities over een lengte van 3 tot 4 km ten zuiden en oosten van Seoul. Op 14 maart heroveren de UNO-troepen Seoul en stabiliseert het front zich opnieuw ter hoogte van de 38ste breedtegraad.
Imjin
Op 4 april, neemt het bataljon een positie in bij de Imjin rivier. Nadat ze verschillende keren de rivier hebben overgestoken, lossen ze eind april de Royal Ulster Rifles af op heuvel 194. Deze heuvel ligt aan de andere kant van de rivier, richting de Chinese troepen. Alles wijst op een grootscheepse Chinese aanval. De CP van het bataljon stelt vast dat wegens een tekort aan effectieven, een deel van de heuvel niet kan bezet worden. Zo komt er een opening in de verdedigingslinies.
Op 22 april trekken Amerikaanse troepen over de 38e parallel en vallen de Chinezen de Belgische positie aan.
Op 23 april zijn bijna alle bruggen over de Imjin in handen van de Chinezen. De Belgen zijn bijna omsingeld. Compagnie C krijgt de zwaarste aanvallen te verduren. Een sectie op verkenning naar de bruggen wordt aangevallen door Chinese troepen. Zes mannen worden gevangen genomen. Dankzij de steun van Britse tanks van de 8th King’s Royal Irish Hussars en de geallieerde luchtmacht kan het bataljon zich terug trekken. Het Belgisch bataljon betrekt defensieve stellingen ten westen van Seoul. De verliezen van het bataljon bedragen nu 14 doden, 1 vermiste, 47 gewonden en 62 zieken.
Zes maanden na het vertrek van de eerste vrijwilligers, melden de eerste versterkingen zich aan bij het trainingscentrum in Kaulille.
Eind juni 1951 zijn er de eerste gesprekken over een eventuele wapenstilstand. Deze eerste “Gesprekken van Kaesong” worden eind augustus afgebroken nadat de Sovjet delegatie aangevallen zou zijn. De Chinese troepen hebben gebruik gemaakt van deze kalme periode om zich te versterken.
Op het einde van de maand verlaten 450 vrijwilligers van het eerste bataljon Korea. Ze keren terug naar België op een Amerikaans transportschip. Op 29 september reikt generaal Van Fleet de “Presidential Distinction Unit Citation” aan het bataljon uit. Meerdere militairen worden onderscheiden voor hun uitzonderlijke moed in de strijd. De resterende soldaten gaan naar Changgo-Ri waar ze bij het 15e Regiment infanterie van de 3e Amerikaanse divisie gevoegd worden. Op 6 oktober vertrekken ze naar HAKTANG-NI.
Haktang-Ni
Het bataljon bezet heuvel “391” in Haktang-Ni. Dit is een heuveltop die zich niet leent tot het graven van stellingen daar de bodem zeer rotsachtig is. Van zodra ze aankomen worden de Belgen bestookt door de artillerie. Er zijn steeds zwaardere Chinese nachtelijke aanvallen. De soldaten van de compagnie “Zware wapens” zijn het voornaamste doel van deze aanvallen.
Halverwege oktober wordt het bataljon toegevoegd aan de 1e Amerikaanse cavaleriedivisie. Men betrekt stellingen aan het front in de buurt van Chokko-Ri. Op 25oktober zijn er nieuwe wapenstilstandsonderhandelingen in Panmumjom. De versterkingen blijven komen en er zijn regelmatig aflossingen. Eind 1951 telde het bataljon 701 vrijwilligers en had het 237 man verloren waaronder er 32 gesneuveld waren.
Kojak-Kol
Begin juli gaat het bataljon terug naar het front en neemt het stellingen in bij Kojak-Kol. De stellingen worden regelmatig gebombardeerd door de Chinese artillerie. Half augustus lost het bataljon het 3e bataljon van het 65e Regiment van de 3de Amerikaanse divisie af. Ze betrekken zeer vooruitgeschoven posities op de Yokkok rivier. Deze zijn blootgesteld aan artillerievuur. Hoewel er geen rechtstreekse gevechten zijn verliest het bataljon vijf vrijwilligers in de maand augustus. Op 12 september valt een patrouille in een hinderlaag. Er zijn zeven gewonden en twee vermisten. Op 26 september opent de vijand het vuur op een observatiepost van de A compagnie met vijf gewonden en een dode als gevolg.
In de nacht van 26 op 27 september neemt het bataljon samen met andere VN eenheden deel aan operatie “Mariette”. Deze operatie wou de frontlijn rechttrekken en heuvel 171 bezetten als voorbereiding voor een aanval op heuvel 199. Op het ogenblik dat de drie aanvallende pelotons klaar staan, valt de vijand in grote getale aan. De verbindingslijnen met de rest van het bataljon worden verbroken. Negen vrijwilligers sneuvelen en er zijn 26 gewonden. Na deze aanval gaat het bataljon naar een rustpositie bij Munam-Li. Eind oktober zit het bataljon op een verdedigingslinie tussen “White Horse” en de “ijzeren driehoek”. Per dag zijn er gemiddeld 50 artillerie-inslagen.
Chatkol
Op 26 februari 1953 trekt het bataljon naar het front bij Chatkol bij Kumhwa, om daar de Turkse brigade af te lossen. De Belgen hadden veel werk om de loopgraven en de schuilplaatsen te herstellen. Nog steeds in de stellingen van Chatkol, (zoals hun gewoonte gaven de Amerikanen deze stelling de naam “ Boomerang”. Sinds begin maart wordt het bataljon elke dag gebombardeerd. Dit duurt zo tot 17 april. De veiligheidspost Carol wordt onder de voet gelopen door een honderdtal Chinezen. De zes aanwezige vrijwilligers sneuvelen. Talrijke vrijwilligers stellen heroïsche daden waarvoor ze onderscheiden worden. In de nacht van 18 tot 19 april wordt een massale Chinese aanval, die artillerie steun kreeg, juist voor de prikkeldraad versterkingen gestopt. Gedurende de 55 nachten ( 28.02.1953 tot 21.04.1953) in de hel van Chatkol zijn er 29 vrijwilligers gesneuveld.
Op het terrein ondergaan de Belgen de Chinese aanvallen. Ze worden telkens afgeslagen door de Belgische en Luxemburgse soldaten. Hun verliezen zijn gering hoewel de verbindingen met andere geallieerde eenheden soms verloren gaan. Op 18 april wordt er nog met hulp van Turkse kanonnen een Chinese aanval juist voor de linie afgeslagen. Er zijn meer dan 60 Chinese doden en meer dan 40 Belgische, geallieerde en Chinese gewonden. In het verslag van het bataljon staat dat er in de nacht van 18 op 19 april 1953 meer dan 3000 inslagen van mortieren en artillerie op de Belgische linies genoteerd werden. Desondanks slaat het bataljon alle vijandelijke aanvallen af. Op 21 april verlaat het bataljon na 55 nachten van gevechten Chatkol.
Vanaf 26 april zijn er opnieuw onderhandelingen over een wapenstilstand. Op 15 mei staat het bataljon opnieuw in de eerste lijn te Sangdong-Ni in de buurt van Chatkol. In de nacht van 20 op 21 mei voert B compagnie operatie ‘Leopold’ uit. Men wil hiermee een versterkte Chinese positie die een bedreiging is voor de VN en voor de Belgische posities, uitschakelen. Op het moment dat een gevechtspatrouille erin slaagt om zijn doel binnen te dringen vallen de Chinezen de heuvel ‘Carol’ aan. Deze werd door de Belgen gebruikt. Hierdoor kan de patrouille niet terugkeren en blijft ze gedurende meer dan 2 uur geblokkeerd. Die dag waren er 13 gewonden onder de Belgen.
Na een korte rustpauze betrekt het bataljon opnieuw posities bij Chatkol en Tap-Kol (30.06.1953 tot 16.07.1953). De positie is in een zeer slechte staat en is bezaaid met lijken van de voorgaande gevechten. Gekend voor hun gewiekstheid brengen de Belgen in enkele dagen de stellingen weer in goede staat.
Op 16 juli vertrekt de vierde versterking uit België. 58 Vrijwilligers vertrekken naar Korea waar ze aankomen op 7 augustus 1953. Het bataljon beschermt andere eenheden via een blocking positie bij Hak-Po-Ri.
27 juli : eindelijk de wapenstilstand!
De wapenstilstand wordt op 27 juli in Panmumjom getekend. Om 10 uur zwijgen de wapens. Op 29 juli trekken de troepen van de beide kampen elk 2 kilometer terug. Op deze wijze ontstaat er een demarcatielijn van 4 kilometer breedte. De frontlijn wordt beschouwd als de grens.
Het bataljon bezet meerdere heuvels bij Cheorwon bij de demarcatielijn en blijft daar tot 16 september.
Op 26 april 1954 gaat er een vredesconferentie van start in Genève met een hereniging van de beide delen van Korea. De conferentie is een mislukking. Begin mei gaat het bataljon terug naar het front bij Cheorwon. De stellingen hier zijn in zeer slechte staat. Men blijft hier tot 10 mei wanneer men naar een positie op 10 kilometer van Cheorwon gaat.
Op 28 augustus hebben de Verenigde Staten reeds vier divisies en de helft van hun luchtmacht teruggetrokken. Die dag starten er onderhandelingen met afgevaardigden uit de USA en de UNO over de terugkeer van de 761 Belgen die nog in Korea zijn.
Begin december 1954 ligt het bataljon al sinds enkele maanden bij Sachong-Ni. Vandaar gaat men naar Chunkok om het vertrek voor te bereiden. De 27ste nemen 327 vrijwilligers plaats aan boord van de Kamina die 27 dagen voorheen uit Antwerpen vertrokken was. Men komt aan in Antwerpen op 9 februari waar er op de kade een plechtigheid gehouden wordt. Een klein detachement van ongeveer 200 vrijwilligers blijft nog tot 15 juni 1955 in Korea.
Op 16 juni verlaten de laatste Belgische vrijwilligers Korea aan boord van de ‘Laos’.
De ‘Laos’ komt op 15 juli 1955 in Marseille met 13 officieren, 59 onderofficieren, 142 korporaals en soldaten aan boord. Ze nemen van daar het vliegtuig naar Brussel waar ze door Koning Boudewijn gegroet worden op de esplanade van het Jubelpark.
Besluit
Deze oorlog is gekend als een vergeten oorlog. In de geschiedenisboeken vormt de Oorlog in Korea slechts een paragraaf tussen de Tweede Wereldoorlog, de verschrikkingen die dit meebracht, en de Oorlog in Vietnam met zijn gevolgen voor de Amerikaanse bevolking. Het ‘land van de kalme morgen’ werd doorkruist door een verwoestende oorlog. Er waren meer dan drie miljoen burgerlijke en militaire slachtoffers in een drie jaar durend conflict.
Historique “La guerre oubliée”
La guerre de Corée et la participation du corps des volontaires belges
Préface
Au lendemain de la Seconde Guerre mondiale, le monde est divisé et les alliés d’hier deviennent subitement des ennemis. Un monde bipolaire est créé, avec les États-Unis d’un côté et l’Union soviétique de l’autre. Chacun avec ses différents systèmes idéologiques et économiques
Possédant chacune l’arme nucléaire en 1949 qui pourrait causer de graves dommages à leurs territoires respectifs, les deux superpuissances hésitent à faire face à une confrontation directe. Elles choisissent de soutenir leurs alliés respectifs dans la guerre. La guerre froide a commencé et durera jusqu’à l’automne 1989, avec la chute du mur de Berlin comme symbole marquant.
La guerre de Corée
Le 25 juin 1950, l’armée nord-coréenne composée de six divisions, soit 135 000 hommes, envahit la Corée du Sud, franchissant le 38e parallèle. Utilisant l’effet de surprise, une meilleure préparation et l’absence de réponse à un appel au cessez-le-feu immédiat du Conseil de Sécurité des Nations Unies, amène les forces d’invasion à occuper une grande partie du Sud.
La Corée du Nord s’attendait à ce que les Américains abandonnent le sud. Profitant de l’absence de l’Union soviétique, le Conseil de sécurité des Nations unies demande, le 27 juin, aux États membres d’apporter leur soutien à la République de Corée afin de repousser les assaillants et rétablir la paix et la sécurité internationales (résolution 83). Le même jour, le Conseil de sécurité demande l’acheminement d’aide militaire et autre au profit d’un commandement uni, dirigé par les États-Unis (résolution 84). Le président Truman empêche également l’invasion de l’île de Formose en interposant la septième flotte américaine entre l’île et les troupes chinoises.
Le 28 juin, l’armée nord-coréenne occupe Séoul. La Grande-Bretagne décide d’envoyer des troupes pour soutenir les Américains déjà présents. La Belgique s’engage à soutenir les actions menées par les Nations Unies. Aux États-Unis, le président Truman accepte d’intervenir avec des troupes au sol. En mer, le blocus maritime est systématiquement édifié.
Début juillet, la 24e division d’infanterie américaine débarque en Corée. Le 3 juillet, 35 des 59 États membres ont déjà promis leur soutien. Le 22 juillet, l’offensive nord-coréenne est stoppée au niveau du fleuve Naktong, dernier obstacle naturel protégeant encore Pusan. Une ligne de front de 400 km est créée autour du port de Pusan, défendu par quatre divisions américaines.
Début août, l’Union soviétique exige le retrait de toutes les troupes étrangères de Corée. En Corée du Sud, la mobilisation générale est annoncée pour les hommes et les femmes. Les États-Unis insistent pour que tous les pays occidentaux contribuent au renforcement des troupes. La Belgique, avec son troisième gouvernement en moins d’un an, décide de répondre positivement à la demande. Le gouvernement demande au parlement de voter une loi qui devrait réglementer le statut du Corps des Volontaires. Le 29 août, un appel est lancé dans la presse précisant que la recherche principale porte sur les commandos et les parachutistes.
Incheon
Sur le terrain, 50 000 soldats américains sont impliqués dans les combats pour repousser les troupes nord-coréennes. L’armée américaine force un revirement en débarquant à Incheon où elle attaque les lignes de ravitaillement de l’armée nord-coréenne. Les troupes communistes qui combattent autour de Pusan ont du mal. Leurs lignes de ravitaillement ont été coupées et le temps joue contre eux. Lorsqu’ils entendent la nouvelle du débarquement à Incheon, ils se retirent vers le nord.
Fin septembre, les forces américaines venant du sud rencontrent celles débarquées à Incheon, sur ce, le général Mac Arthur, avec le soutien du président Truman, décide de franchir le 38e parallèle et de conquérir la Corée du Nord.
Alors que l’Europe, craignant une mondialisation du conflit, augmente les budgets de défense et étend le service militaire à 24 mois, la Chine, exige le retrait des troupes de l’ONU derrière le 38e parallèle et mobilise son armée. Ils traversent le Yalu, un fleuve entre la Mandchourie et la Corée du Nord, à la mi-octobre.
A la fin du mois, la capitale nord-coréenne, Pyongyang, est occupée par les troupes du général Mac Arthur, qui annoncent avec optimisme que la guerre sera terminée avant la fin de l’année. Le 24 octobre, il ordonne à ses troupes d’avancer vers la rivière Yalu.
C’est alors que l’armée chinoise passe à l’offensive, appuyée par des avions soviétiques de type MIG-15. En raison de l’afflux de troupes chinoises, les troupes de l’ONU doivent se retirer rapidement. L’espoirs d’une fin rapide de la guerre s’effondre et fin novembre les Chinois lancent une attaque massive, repoussant les Américains jusqu’au 38e parallèle. Le 9 décembre, l’armée chinoise reprend la quasi-totalité du territoire nord-coréen et la guerre se stabilise autour du 38e parallèle.
Les troupes chinoises, quant à elles, poursuivent leur avancée et reprennent Séoul et de nombreuses autres positions le 4 janvier 1951. Seules la lenteur de leurs ravitaillements et les raids aériens réguliers parviennent à ralentir l’offensive chinoise.
Le bataillon BUNC (Belgian United Nations Command)
Le 18 décembre, le premier contingent, composé de 700 hommes, quitte le port d’Anvers pour la CORÉE. En attendant, le gouvernement dépose un projet de loi réglementant le statut des volontaires et décide d’incorporer le bataillon à une brigade britannique.
Le Kamina arrive à Pusan fin janvier 1951.
Le 9 mars, le bataillon belge relève le 15e régiment d’infanterie américain et occupe des positions de défense sur une longueur de 3 à 4 km au sud et à l’est de Séoul. Le 14 mars, les forces de l’ONU reprennent Séoul et le front se stabilise à nouveau au 38e parallèle.
Imjin
Le 4 avril, le bataillon prend position près de la rivière Imjin. Après avoir traversé plusieurs fois la rivière, ils relèvent, fin avril, les Royal Ulster Rifles à la cote 194. Cette colline se trouve de l’autre côté de la rivière, vers les troupes chinoises. Tout indique une attaque chinoise majeure imminente . Le PC du bataillon constate qu’en raison d’un manque d’officiers, une partie de la colline ne peut être occupée. Cela crée une trouée dans les lignes de défense.
Le 22 avril, les troupes américaines franchissent le 38e parallèle et les Chinois attaquent la position Belge.
Le 23 avril, presque tous les ponts sur l’Imjin sont aux mains des Chinois. Les Belges sont presque encerclés. La compagnie C doit subir les attaques les plus lourdes. Une section en reconnaissance des ponts est attaquée par les troupes chinoises. Six hommes sont capturés. Avec le soutien des chars britanniques du 8th King’s Royal Irish Hussars et des forces aériennes alliées, le bataillon est en mesure de se replier. Le bataillon belge prend des positions défensives à l’ouest de Séoul. Les pertes du bataillon sont désormais de 14 morts, 1 disparu, 47 blessés et 62 malades.
Six mois après le départ des premiers volontaires, les premiers renforts se présentent au centre de formation de Kaulille.
Fin juin 1951 débutent les premiers pourparlers sur un éventuel cessez-le-feu. Ces premiers « Pourparlers de Kaesong » tournent court fin août après que la délégation soviétique aurait été attaquée. Les troupes chinoises ont profité de cette période de calme pour se renforcer.
A la fin du mois, 450 volontaires du premier bataillon quittent la Corée. Ils rentrent en Belgique sur un navire de transport américain. Le 29 septembre, le général Van Fleet a décerné la « Presidential Distinction Unit Citation » au bataillon. Plusieurs militaires sont récompensés pour leur bravoure exceptionnelle au combat. Les soldats restants se rendent à Changgo-Ri où ils sont intégrés au 15e régiment d’infanterie de la 3e division américaine. Le 6 octobre ils partent pour HAKTANG-NI.
Haktang-Ni
Le bataillon occupe la colline « 391 » à Haktang-Ni. Il s’agit d’un sommet qui ne se prête pas au creusement de fortifications car le sol est très rocheux. Dès leur arrivée, les Belges sont bombardés par l’artillerie. Les attaques chinoises nocturnes sont de plus en plus lourdes. Les soldats de la Compagnie “Armes lourdes” sont les cibles principales de ces attaques.
A la mi-octobre, le bataillon est ajouté à la 1st American Cavalry Division. Des positions sont occupées au front près de Chokko-Ri. Le 25 octobre, de nouvelles négociations de cessez-le-feu ont lieu à Panmumjom. Les renforts continuent d’arriver et les relèves sont régulieres. À la fin de 1951, le bataillon comptait 701 volontaires et avait perdu 237 hommes, dont 32 morts.
Kojak-Kol
Début juillet, le bataillon revient au front et prend position à Kojak-Kol. Les positions sont régulièrement bombardées par l’artillerie chinoise. A la mi-août, le bataillon relève le 3e bataillon du 65e régiment de la 3e division américaine. Ils occupent des positions très avancées sur la rivière Yokkok. Ceux-ci sont exposés aux tirs d’artillerie. Bien qu’il n’y ait pas de combats directs, le bataillon perd cinq volontaires au mois d’août. Le 12 septembre, une patrouille tombe dans une embuscade. Il y a sept blessés et deux disparus. Le 26 septembre, l’ennemi ouvre le feu sur un poste d’observation de la compagnie A, faisant cinq blessés et un mort.
Dans la nuit du 26 au 27 septembre, le bataillon, avec d’autres unités onusiennes, participe à l’opération « Mariette ». Cette opération visait à redresser la ligne de front et à occuper la cote 171 en vue d’une attaque sur la cote 199. Au moment où les trois pelotons d’attaque sont prêts, l’ennemi attaque en grand nombre. Les lignes de communication avec le reste du bataillon sont coupées. Neuf volontaires sont tués et 26 sont blessés. Après cette attaque, le bataillon se déplace vers une position de repos à Munam-Li. Fin octobre, le bataillon est sur une ligne de défense entre « White Horse » et le « Triangle de fer ». Il y a en moyenne 50 frappes d’artillerie par jour.
Chatkol
Le 26 février 1953, le bataillon se dirige vers le front à Chatkol près de Kumhwa, afin de relever la brigade Turque. Les Belges ont eu beaucoup de travail pour réparer les tranchées et les abris. Toujours dans les positions de Chatkol, (comme à leur habitude, les Américains appelaient cette position “Boomerang”). Depuis début mars, le bataillon est bombardé tous les jours. Cela se poursuit jusqu’au 17 avril. Le poste de sécurité « Carol » est envahi par une centaine de Chinois. Les six volontaires présents sont tués. De nombreux volontaires accomplissent des actes héroïques pour lesquels ils seront récompensés. Dans la nuit du 18 au 19 avril, une attaque chinoise massive, appuyée par de l’artillerie, est stoppée juste devant les barbelés. Durant ces 55 nuits (28.02.1953 au 21.04.1953) dans l’enfer de Chatkol, 29 volontaires ont été tués.
Sur le terrain, les Belges subissent les attaques chinoises. Ceux-ci sont toujours repoussés par les soldats belges et luxembourgeois. Leurs pertes sont mineures bien que les liaisons avec d’autres unités alliées soient parfois perdues. Le 18 avril, à l’aide de canons turcs, une attaque chinoise est repoussée juste devant les lignes. Il y a plus de 60 morts chinois et plus de 40 blessés : belges, alliés et chinois. Le rapport du bataillon précise que dans la nuit du 18 au 19 avril 1953, plus de 3000 tirs de mortier et d’artillerie sur les lignes belges sont relevés. Malgré cela, le bataillon a repoussé toutes les attaques ennemies. Le 21 avril, le bataillon quitte Chatkol après 55 nuits de combats.
A partir du 26 avril, il y a de nouvelles négociations sur un cessez-le-feu. Le 15 mai, le bataillon monte de nouveau en première ligne à Sangdong-Ni près de Chatkol. Dans la nuit du 20 au 21 mai, la compagnie B réalise l’opération « Léopold ». L’objectif est d’éliminer une position chinoise renforcée qui menace l’ONU et les positions belges. Au moment où une patrouille de combat parvient à pénétrer sa cible, les Chinois attaquent la colline ‘Carol’. Elle était utilisé par les Belges. Cela empêche la patrouille de revenir et reste bloquée plus de 2 heures. Ce jour-là, il y a eu 13 blessés parmi les Belges.
Après un court repos, le bataillon a de nouveau pris position à Chatkol et Tap-Kol (30.06.1953 au 16.07.1953). La position est en très mauvais état et est jonchée de cadavres des batailles précédentes. Connus pour leurs astuces, les Belges rétablissent les positions en quelques jours.
Le 16 juillet, le quatrième renfort quittera la Belgique. 58 Les volontaires partent pour la Corée où ils arrivent le 7 août 1953. Le bataillon protège les autres unités par une position de blocage à Hak-Po-Ri.
27 juillet : Enfin l’armistice !
L’armistice est signé à Panmumjom le 27 juillet. A 10 heures, les canons se taisent. Le 29 juillet, les troupes des deux camps reculent chacune de 2 kilomètres. De cette manière, une ligne de démarcation d’une largeur de 4 kilomètres est créée. La ligne de front est considérée comme la frontière.
Le bataillon occupe plusieurs collines près de Cheorwon près de la ligne de démarcation et y reste jusqu’au 16 septembre.
Le 26 avril 1954, une conférence de paix s’ouvre à Genève avec une réunification des deux parties de la Corée. La conférence est un échec. Début mai, le bataillon retournera au front à Cheorwon. Les positions y sont en très mauvais état. On y restera jusqu’au 10 mai jusqu’à notre déplacement vers une position à 10 kilomètres de Cheorwon.
Le 28 août, les États-Unis retirent quatre divisions et la moitié de leur aviation. Ce jour-là, des négociations commencent avec des représentants des USA et de l’ONU au sujet du retour des 761 Belges qui se trouvent encore en Corée.
Début décembre 1954, le bataillon était stationné à Sachong-Ni depuis plusieurs mois. De là, ils se rendent à Chunkok pour préparer le départ. Le 27 décembre, 327 volontaires montent à bord du Kamina parti d’Anvers 27 jours plus tôt. Ils arrivent à Anvers le 9 février où une cérémonie est organisée sur le quai. Un petit détachement d’environ 200 volontaires resta en Corée jusqu’au 15 juin 1955.
Le 16 juin, les derniers volontaires belges quittent la Corée à bord du « Laos ».
Le « Laos » arrive à Marseille le 15 juillet 1955 avec à son bord 13 officiers, 59 sous-officiers, 142 caporaux et soldats. De là, ils prennent l’avion pour Bruxelles où ils sont accueillis par le roi Baudouin sur l’esplanade du parc du Cinquantenaire.
Conclusion
Cette guerre est connue comme une guerre oubliée. Dans les livres d’histoire, la guerre de Corée n’est qu’un paragraphe entre la Seconde Guerre mondiale, ses horreurs, et la guerre du Vietnam avec ses conséquences pour le peuple américain. Le “pays du matin calme” a été sillonné par une guerre dévastatrice. Il y a eu plus de trois millions de victimes civiles et militaires dans un conflit de trois ans.